Ondertussen wonen we al bijna drie maand terug in ons geboorteland. We hebben een huurhuisje gevonden in Menen, “Mjinde” zoals ze hier zeggen, zonder trappen en midden tussen de landbouwvelden, ochtendlijke verschijningen van een familie hazen incluis. Sinds we beslisten te remigreren is er zoveel gebeurd. Sibby begon een kleine twee maanden voor de geplande verhuisdatum (die viel op haar verjaardag) serieuze buikpijn te krijgen. De verkoop van het huis was na één kijkdag al een feit, vooral omdat we snel wilden verkopen en geen zotte prijs vroegen maar enkele weken later had Sibby dus pijnlijke steken die niet overgingen en van dag tot dag erger werden tot op het moment dat het niet meer houdbaar bleek en ze moest opgenomen worden op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis van Torres Vedras. De buren waren vast verrast dat de ambulance die voor de condomínio kwam aanrijden niet voor mij maar voor haar, de sterke van de twee, was. Maar Sibby was zonder meer geveld. Hoe ze er de eerste dagen nog probeerde tegen te vechten, haar ingewanden vertelden hun eigen verhaal.
Het verdict was een darmperforatie die een spoedoperatie onvermijdelijk maakte. Mijn lieve vechter was buiten strijd, net op een cruciaal moment in onze planning! Gelukkig kunnen we in noodgevallen altijd rekenen op mijn ouders waardoor 36 uur later mijn moeder in onze keuken in Portugal de afwas stond te doen terwijl ze de soep op het fornuis in de gaten hield. Ze zorgde ook voor mijn medicatie, het volledige huishouden en fungeerde als mijn chauffeur, gezien ik niet langer over een rijbewijs beschik. En dat op haar eenenzeventigste! Gewoon (nu ja, gewoon?) de telefoon opgenomen en daarna een ticket geboekt van Brussel naar Lissabon. Gelukkig kan mijn vader zich beter behelpen dan ik, zo alleen in dat grote huis daar in Oostende. Ik mag mijn beide handen kussen dat ik altijd kan rekenen op de hulp van mijn ouders, wat er ook gebeurt!
Daar zat ik dan, volledig afhankelijk van mijn moeder voor de huishoudelijke taken en zelfs niet in staat om verhuisdozen te vullen, laat staan in de garage te zetten. Onze volledige planning dreigde in duigen te vallen omdat Sibby niet in staat was, ook niet toen ze terug thuis was, het zware fysieke werk te verzetten. Na iets meer dan twee weken was ze terug uit het ziekenhuis en mijn moeder was blij dat ze zelf toch nog op tijd terug in België zou zijn voor haar 50-jarige huwelijksjubileum. Maar wij, wij zaten daar als twee fysiek beperkte sukkelaars met een volledig huis om leeg te maken, in te pakken en in de garage te zetten.
Tijd dus om een andere hulplijn te bellen: mijn broer. Of die even een dag of vier kon komen sjouwen en sleuren aan de andere kant van Europa? Natuurlijk (alhoewel, zo natuurlijk is dat niet, laat ik me vertellen) kon hij dat, en enkele dagen later kwam hij met een Uber uit Lissabon aan in Nadrupe, klaar om ons uit onze opperste nood te helpen. Ik kan niets tillen door de tumoren op mijn nek, wervels en bekken en Sibby had niet alleen een serieuze navelbreuk (die evolueerde naar een complete hernia van zowat heel haar buik) door de operatie, ze moest ook nog eens leren leven met een stoma, dat gelukkig niet definitief was. Kak in een aan de buik gekleefd zakje, dat hadden we in al die jaren hulpbehoevendheid toch nog niet meegemaakt. Maar zo was het nu eenmaal. Tijd om te improviseren!
Gelukkig was er dus mijn broer die in vier dagen deed waar wij waarschijnlijk drie weken over gedaan zouden hebben. Onze twintig kubieke meter vracht, zo afgesproken met de verhuisfirma, begon rap de garage te vullen. Enkele weken voor de dag van de verhuis had Sibby onze auto, Bernardo, een kranige Peugeot 308 uit 2005, voor vijfhonderd euro via Facebook verkocht aan een jong koppel Nederlanders dat net naar Portugal verhuisd was en een autootje zocht om boodschappen mee te doen en de kleine spruit mee van en naar school te vervoeren.
Een goede zeven dagen voor we het vliegtuig zouden nemen kwam de Portugese transporteur onze spullen ophalen. Hij zou in de week waarin wij aankwamen in Menen onze vracht komen lossen in de garage van het nieuwe huis. Omdat we geen meubels meeverhuisden, de kasten in Nadrupe waren ingebouwd en wat de andere meubels betreft waren die niet van dien aard dat we wilden betalen om ze nog naar België te vervoeren, rekenden we op de leverings- en montagediensten van een bekende Zweedse meubelketen. Mijn ouders moesten enkel aanwezig zijn om die mannen binnen te laten. Of dat dachten we… In een volgende blog lees je meer hierover…
Hoe we zo plots aan een huurhuis, een leuke bungalow met een tuin, kwamen? Dat is een ander verhaal, want dat doe je nét even iets anders als je niet kan gaan bezichtigen en op 1.800 kilometer afstand woont! Sibby speurde de immobiliënsites af voor een gepast huis (zonder trappen of directe buren en, vooral, in de omgeving van een ziekenhuis met kankerafdeling) in Oost- of West-Vlaanderen terwijl ik een website maakte, dringend.bungalowgezocht.be, waarop we ons voorstelden en duidelijk maakten dat we vanuit Portugal een huis wilden huren dat aan onze eisen voldeed, en waarom we dat op deze manier deden. Ik had een handigheidje gevonden dat op een vooraf bij elkaar gesprokkelde lijst van websites van immokantoren op zoek ging naar een 700-tal persoonlijke e-mailadressen. Dus niet kantoor@ of info@ maar dirk@zusenzo en klaas@zusenzo. Die kregen dan een gepersonaliseerd mailtje (waarvan sommigen zich ernstig vragen stelden over hoe we aan hun e-mailadres geraakt waren) waarin we ons kort voorstelden en hen uitnodigden de site te bezoeken. Mijn ouders gingen dan de panden die we op die manier mochten gaan “bezichtigen” bezoeken en namen ook het sociale luik voor hun rekening: het gemoedelijke praatje met de makelaar en/of eigenaars. Zonder evenwel te vermelden dat ik terminaal ziek was, want, eerlijk gezegd, dat zou de verhuurders en de immolieden afschrikken en ging hen bovendien ook geen ene moer aan!
Wonder boven wonder werkte het op die manier en na een drietal weken hadden ze een zo-goed-als-zeker-huurhuis in de Westhoek gevonden. Het voldeed aan al onze eisen, had daarenboven een bekabeld netwerk en een garage waar je drie auto’s in kwijt kan. Ongelooflijk, hoe we dankzij onze vindingrijkheid en de niet aflatende hulp van mijn ouders, zo snel ons droomhuis, want dat is het wel, konden vastleggen. Contracten en andere documenten werden heen en weer gemaild en ondertekend, nutsvoorzieningen werden overgezet en we konden er zo in!
Maar goed, we waren dus een week voor D-day en onze inboedel werd zonet opgehaald door twee Portugese verhuizers in een lichte vrachtwagen. We moesten nog een week kamperen in een zo goed als leeg huis, waarin gelukkig nog meubels stonden, en waren aangewezen op de wifi van een mobiele 4G-modem en een laptop voor enige vorm van vertier. Die week was sneller voorbij dan je zou denken maar voor mij was het verre van ontspannend. Dit was niet langer mijn vertrouwde omgeving en de autist in mij schreeuwde om houvast! Al mijn spullen waren weg en ik zat daar, tussen lege kasten in een huis dat het mijne niet meer was. Ook de katten waren, vergeef me de woordspeling, van hun melk. Maar zij, zij zouden zich nog veel ongemakkelijker voelen op de reis van hun leven die ze een week later zouden maken.
Op de grote dag, de dag waarop wij Portugal definitief vaarwel zouden zeggen, stopte stipt (en dus heel on-Portugees) om negen uur een Brits bestelwagentje voor de grote poort die naar de garages leidt. “Friends on the Road” zo stond er op de zijkant vermeld. We openden de poort en de bestuurder manoeuvreerde haar bestelwagen tot achter onze garagepoort. Klaasje en Nicolas zaten nietsvermoedend elk in hun eigen reisbakje te genieten van het lekkers dat hen enkele minuten eerder in het hokje gelokt had. We hadden de dame van de bestelwagen verwittigd dat onze twee lieverds heel agressief uit de hoek konden komen in situaties die zij als bedreigend ervaren. We hadden haar opgedragen ze elk in hun hokje achter in de bestelwagen, voorzien van een kattenbak, eten en drinken, te stoppen, uiteraard met de deuren van de bestelwagen dicht wanneer ze de overstap van het reiskooitje naar het geventileerde hok in de wagen maakten, en hen onderweg naar België onder geen beding de kans geven te ontsnappen uit het hokje. Ze waren voorzien van al wat ze nodig hadden om die rit van 28 uur naar onze nieuwe thuis te doorstaan maar wanneer het deurtje van hun hokken zou openen, om hen te voederen bijvoorbeeld, zouden ze gegarandeerd ontsnappen, zo razend zouden ze zijn opgesloten te zitten in een vreemde omgeving, begeleid door hen twee onbekende Britse dames.
Terwijl we het bakje met Nicolas naar de bestelwagen droegen, hij zou als eerste kennismaken met zijn reisverblijf, was het al te laat: Klaasje was zo verschrikt dat hij uit het splinternieuwe en stevige reisbakje brak. Het deurtje was door hem al snel vervormd en hij was los. Gelukkig kon hij niet weg, maar het was een waarschuwing van onze kleine Houdini dat hij niet gediend was van gevangenschap. Gelukkig konden we hem al gauw kalmeren en alsnog in een draagtas van de begeleidster naar het hok achter in de bestelwagen brengen. Dat ze zo reageerden op gevangenschap was de reden dat ze per weg vervoerd werden en niet gewoon met ons in het vliegtuig konden reizen. Mocht een overijverige douanier vragen om ze uit hun kooitjes te halen, voor zover dat die sterk genoeg zouden zijn om hen zo lang gevangen te houden, zouden ze geheid ontsnappen en vluchten. En vind ze dan nog eens terug op zo’n grote open luchthaven als die van Lissabon want luisteren, dat doen die twee beesten van ons natuurlijk niet!
De katten zaten in hun bakjes, de bestelwagen was onderweg naar de Westhoek, tijd voor ons om een Uber te bellen die ons voor de laatste keer van Nadrupe naar Lissabon zou vervoeren. De huissleutels zaten in het sleutelbakje met cijfercode naast de voordeur, dat we daar ooit hingen voor als ik een ambulance zou moeten bellen op een moment dat ik zelf het hek en de deur niet zou kunnen opendoen. We sms’ten de code door naar de makelaar opdat die die aan de nieuwe eigenaars zou kunnen overmaken. Mentaal nam ik afscheid van het huis dat ooit de belofte van een fantastische nieuwe toekomst in zich droeg.
Op de luchthaven hadden we de gebruikelijke bijstand aangevraagd: een begeleiding voor autisten en hun begeleiders die hun zonder al te veel problemen en stress door de douanecontrole loodst. We hadden een volledige valies vol medicatie mee, en de zware middelen, waaronder fentanyl, methylfenidaat en heel wat antipsychotica maakten de meerderheid uit. Een waar festijn voor de recreatieve liefhebber! Toch werden we, zoals te verwachten viel, niet tegengehouden of zelfs gecontroleerd. Een enkele mondelinge bevestiging dat ik voor alles voorschriften had was voldoende, en zelfs die was vrijwillig, en absoluut ongevraagd… Een triestige schande voor de Schengenzone, maar wij waren opgelucht dat we door mochten naar ons nieuwe, maar tegelijk ook oude, moederland.
We namen het er goed van, want dit kon wel eens mijn laatste vliegreis worden: business class in het vliegtuig maar ook de lounge op de luchthaven… Een whisky’tje meer of minder: dit was voor de tweede maal de reis van ons leven, dus wat deed het ertoe?
In Brussel stond Patrick te wachten om ons naar Menen te brengen. Na een hele dag stress was dat wel iets wat we konden gebruiken: een vlotte rit naar huis. Een klein uurtje later stonden we, eindelijk, aan de voordeur van ons nieuwe thuis. Even binnen met Patrick, daarna de deur toe met enkel wij tweetjes en we konden gaan slapen. Opnieuw in West-Vlaanderen.. Bachten de Kupe… Thuis…




