Huisje. Boompje. Beestje.

Dit jaar wonen we zeven jaar in Portugal. In tegenstelling tot wat we dachten werd het geen verhaal van genieten en ontdekken. Na twee jaar in ons nieuwe thuisland werden we geconfronteerd met een diagnose van longkanker die onze hele toekomst aan diggelen sloeg. Drie jaar later kwam daar nog eens Sibbys diagnose van COPD, beter gekend als “rokerslong”, bij.

De gezondheidszorg hier in Portugal is van dien aard dat ze ervoor zorgde dat ik een prognose van twee jaar overleven kon verlengen tot meer dan vijf jaar, dus daar hebben we zeker geen klachten over, integendeel. Ik moet zeggen dat in tegenstelling tot in de Belgische gezondheidszorg, ik mij hier zeker geen nummer voelde als patiënt, maar echt gezien werd als een individu met mijn eigen noden en alle zorgen, de beste zorgen, die ik daarbij kon krijgen.

Toch knaagt er iets. Ik twijfel er niet aan dat ik hier de beste zorgen zal krijgen, het blijft een universitair ziekenhuis gespecialiseerd in longkankers, maar we blijven vreemden in dit land, dat door een electorale ruk naar rechts zich steeds openlijker tegen immigranten keert. Door onze specifieke situatie hebben we hier geen vrienden kunnen maken en zijn we verstoken van sociale contacten. Onze familie woont duizenden kilometers van ons vandaan. We spreken ook de taal niet. Ik kan me wel behelpen in het Portugees van een kind van zes, zolang men niet verwacht dat ik de verleden tijd gebruik in mijn zinnen, voor Sibby is dat heel wat minder het geval.

Sibby kent hier niemand en spreekt de taal niet. Als je me vraagt of ik hier wil sterven is het antwoord ongetwijfeld “ja”. Of ik Sibby hier wil achterlaten? Niet echt…

Ik kan hier niet zieker worden zonder me die vraag te stellen. Na alles wat ze al voor me gedaan heeft, de zorg die ze al voor me gedragen heeft, zou het egoïstisch zijn geen rekening te houden met die tweede vraag. Met wat zij nodig heeft.

Sibbys gezondheid gaat met rasse schreden achteruit. Ze heeft artrose in haar handen, haar haar valt uit van de stress en ze heeft een eetstoornis opgedaan door al wat haar hier overkomt. Ik maak een website op onze thuisserver met tips over wat te doen als ik er niet meer ben, over hoe ons netwerk ineen zit en wat haar fiscale verplichtingen zijn, maar ik kan niet ontkennen dat ik het haar extra moeilijk maak door hier te willen blijven wonen. Ik zou haar aan haar lot overlaten, website of niet.

We hebben hier niemand waar we op kunnen rekenen. Geen familie, geen vrienden. We hebben enkel elkaar. Voorlopig is dat geen probleem: ik spreek en schrijf wat Portugees en neem alle administratie voor mijn rekening. Ook de telefoontjes, terwijl ik een gloeiende bloedhekel heb aan telefoneren. Wanneer mijn gezondheid achteruit zal gaan, en dat zal ze onvermijdelijk doen, kan ik er niet op rekenen dat Sibby dat alles zomaar over kan nemen. Ik kan er ook niet op rekenen dat ikzelf die dingen zal kunnen blijven doen.

Daarom hebben we besloten, na lang en uitvoerig beraad, terug naar Vlaanderen te remigreren. Als ik mijn therapie, die mij al bijna vijf jaar in leven houdt, kan verderzetten dan keren we terug naar onze heimat, a nossa terra.

Het ziekenhuis in Brugge heeft een multidisciplinaire eenheid voor longkanker en neemt deel aan academische onderzoeken en kan dus alles ondergaan wat hier in mijn universitair ziekenhuis in Lissabon kan. Ik ben niet afhankelijk van een, verder waarschijnlijk uitmuntend, lokaal ziekenhuis ergens bachten de kupe.

In een stad zouden we niet meer kunnen wonen, geen van beiden zou de drukte nog aankunnen. En ik heb Sibby nodig om in te staan voor mijn dagdagelijkse zorg. Maar als we ons huis hier verkopen en zeer zuinig leven, dan kunnen we het financieel ook wel aan in een dorp in Vlaanderen (maar, echter, niemand van jullie moet of kan nog een verjaardagscadeautje verwachten).

Voorlopig wacht ik mijn dossier af van het ziekenhuis in Lissabon, dat we met de hulp van artificiële intelligentie zullen vertalen en doorsturen naar het ziekenhuis in Brugge, maar het ziet er naar uit dat ik de laatste fase van mijn leven dan toch in het koude Vlaanderen zal volmaken. Met mijn Sibby, mijn poezen, en al wie ik nodig en lief heb in mijn buurt. Omdat het de beste keuze is. De enige keuze, wat mij betreft. Om het simpel te zeggen: zo lang ik binnenblijf heb ik geen nood aan een dikke jas maar ik heb tenminste mijn lieve schat bij me, en die is niet ongelukkig of angstig voor wat komt!

FacebookFacebook

Schrijf je in op onze e-maillijst!

Ontvang nieuwe blogposts in je e-mail!

Lijsten*

Loading

Op deze manier komt onze e-mail niet tussen uw spam terecht!

Recente berichten