De afgelopen week was een rollercoaster van emoties. Had je me een maand geleden gevraagd of ik ooit nog in het grillige België wilde wonen had ik je een kordaat en duidelijk “neen” gegeven. Zonder verpinken. De koude die zich door het buisje in mijn keel in mijn longen priemt, de drukte die via mijn oren en ogen mijn hele zijn vult… hoewel ik hier al jaren grotendeels tussen dezelfde vier muren leef houd ik ervan om zomaar eens langs de oceaan te kunnen gaan lopen. Eenzaam in de wind… Het is heel wat anders dan een wandeling aan de drukke Noordzee. En de rust en stilte van ons dorp, die heb ik in België nooit ervaren, ook al woonden we in een buitenwijk: het bleef Brugge. En dan spreek ik nog niet over onze drukke stadswijk in Oostende enkele jaren later, waar het geluid van een politiesirene of luidruchtige jongeren nooit veraf was in het eerste huis dat we echt het onze mochten noemen. Ik zou ook nooit meer terug gewild hebben naar de Belgische gezondheidszorg, waar de verpleegsters je niet bij naam kennen en je nooit een knuffel geven ter begroeting. Waar je niet de echte diepmenselijke warmte voelt van het zorgen, waaraan het woord zorgberoep ontleend is.
Hoezeer kan de gedachtegang van een mens veranderen in een week! Sinds we samen beslisten dat ik Sibby niet kon achterlaten in dit mooie land, omdat ze hier niemand kent en de taal niet spreekt, omdat ze hier echt alleen zou zijn, niet alleen zonder bloedverwanten maar ook zonder familie, is er zo veel veranderd in hoe ik aan de toekomst denk!
Ik zie plots hoe eenzaam we hier zijn. Dat zie ik aan het aantal vrienden dat al voorgesteld heeft ons te komen helpen na onze verhuis naar België. Iemand om te schilderen, iemand om heel mijn controlekamer, sorry, ik bedoelde uiteraard computerkamer, te komen aansluiten naar mijn wensen, … En we zijn nog maar een week verder! We zoeken trouwens nog iemand om ons te komen ophalen op de luchthaven trouwens (hint hint) want onze poezen komen aan met het busje van Pet Care een goede twintig uur nadat we ze er hier in Nadrupe in zien vertrekken hebben. We willen hen de angst en de paniek van drie uur reizen per vliegtuig echt niet aandoen. En ik wil niet in het vliegtuig zitten met een lekkend kattenmandje op mijn schoot, echt niet!
Eenmaal ons huis verkocht is, en het ziet er naar uit dat dat behoorlijk vlot en snel zal gaan, gaan mijn ouders in België op pad om een bungalow voor ons te vinden. Geen appartement, we willen geen last meer van buren, zeker niet in de toekomst wanneer het slechter zal gaan met mijn gezondheid. En we willen een tuintje achter een huis zonder trappen, want die kan ik op slechte dagen niet meer beklimmen. Omdat deze wensen nogal prijzig zijn voor een koppel met een minimumpensioen wijken we uit naar goedkopere oorden. Het zuiden van West-Vlaanderen, of ergens op het platteland in Oost-Vlaanderen, wie weet?
Het liefst zouden we meerdere slaapkamers hebben, zodat ik in alle rust nachten kan doorwerken aan mijn computer of zodat bezoek kan blijven slapen. Ergens aan de rand van een dorp zou ideaal zijn, met niet te veel verkeer dat onze katten, die voor het eerst zullen kunnen proeven van echte vrijheid, de kans geeft een verkeersslachtoffer te worden. Toch willen we ook niet te ver van de bewoonde wereld wonen. Van het dichtstbijzijnde treinstation wil ik in een uur in Brugge of Gent kunnen staan, waar de ziekenhuizen zich bevinden die volgens mij het beste uitgerust zijn om mijn behandeling, die mij al meer dan vier jaar zo goed helpt, verder te zetten.
Een auto hebben we uiteraard ook nodig. Hier hebben we voldoende aan een Peugeot uit 2005 om ons naar de winkels te kunnen verplaatsen, maar een rit naar Lissabon durven we er niet meer in aan. Daarom zoeken we iets recenter, een auto van een jaar of tien waar ook plaats in is om een rolstoel te vervoeren. Een Hyundai i40 break bijvoorbeeld, daar heb ik jaren geleden mijn oog al op laten vallen. Maar dat zien we wel in de eerste week na onze verhuis, wanneer we op voertuigenjacht gaan. Wat vind ik het jammer dat ik door de opiaten die ik neem niet langer zelf mag rijden!
Gezien we de meubels laten staan in het huis in Nadrupe (niet langer ons huis, maar vanaf nu het huis) zullen we voor we naar België vertrekken een bestelling plaatsen bij een bekende Zweedse meubelwinkel waarbij we de zetels en het bed dat we hier in Portugal in de toonzaal bekeken zullen laten leveren, zodat we toch al kunnen zitten en liggen eens we daar aankomen na wat waarschijnlijk mijn laatste vliegtuigreis zal worden.
Ook wat betreft een koelkast zullen we er niet onderuit kunnen om die op voorhand te bestellen. Niet dat we direct eten zullen koken (na zeven jaar geen frietkot in de buurt gaan we de eerste avond om frietjes van de frituur, met Belgische snacks en sausjes!) maar we willen toch iets fris te drinken hebben na een stressvolle dag.
Die eerste week wordt hectisch, met niet alleen de jacht op een wagen maar ook afspraken in het ziekenhuis voor CAT-scans en consultaties. Gelukkig mogen we terug patiënt zijn bij onze voormalige huisarts, dat scheelt toch al wat stress in tijden van artsentekorten en patiëntenstops!
Maar ik kijk er naar uit! Een volledig nieuwe woning om in te richten met oude en nieuwe spulletjes. Wonen in een plat land, waar ik zonder problemen grotere afstanden kan afleggen, te voet of al dan niet in een rolstoel. Mensen kunnen bezoeken en mensen kunnen ontvangen, zonder dat je ze meteen een hele week over de vloer hebt. Bezienswaardigheden bezoeken zonder trappen te moeten doen of heuvels te moeten beklimmen. Gezellig keuvelen in het dorps- of buurthuis… Dingen waarvan ik niet wist dat ik ze miste tot ze plots weer tot de mogelijkheden begonnen te behoren.
Portugal was een droom, maar het is volledig anders uitgedraaid. Laat mij nu maar dromen van rust in een bungalow bachten de kupe. Ik kom er jullie wel nog eens tegen de volgende jaren!




